Levensloopregeling - hoe werkt de Levensloopregeling?

Hoe werkt de Levensloopregeling?

Van het brutoloon wordt een bedrag ingehouden dat op een speciale spaarrekening van de werknemer wordt gestort of als premie voor een 'levensloopverzekering' van de werknemer wordt overgemaakt. In overleg met de werkgever kan een werknemer ook gespaarde tijd, bijvoorbeeld overwerkuren of adv-dagen, om laten zetten in geld.

Dit bedrag kan dan op de levenslooprekening worden gestort. Een werknemer mag de levensloopregeling zo vaak voor onbetaald verlof gebruiken als hij wil. Het tegoed kan immers steeds weer worden bijgevuld.

Maximaal spaarbedrag

Er kan jaarlijks maximaal 12% worden gespaard van het brutoloon dat in dat jaar wordt verdiend. Verder mag maximaal 210% van het bruto jaarsalaris inclusief rente worden gespaard. Werknemers krijgen per gespaard jaar recht op een levensloop- verlofkorting van maximaal € 183 bij opname van hun tegoed voor de financiering van onbetaald verlof. Als het tegoed is gebruikt, kan het weer tot het maximum worden aangevuld.

Werknemers die op 31 december 2005 51 jaar of ouder zijn, maar nog geen 56 jaar mogen meer dan 12 % van het bruto jaarloon sparen. Maar ook voor hen geldt dat er in totaal maximaal 210% van het bruto jaarloon gespaard mag worden.

Werknemer kiest zelf bij wie het geld wordt ondergebracht

Verzekeraars, banken en dochters van pensioenfondsen of pensioenuitvoeringsbedrijven mogen de levensloopregeling uitvoeren. De werknemer bepaalt zelf bij welke instelling hij de levenslooprekening (of -verzekering) wil onderbrengen. Voordeel daarvan is dat de rekening gewoon kan worden aangehouden als de werknemer van werkgever verandert.

Opnemen spaartegoed

De beheerder van het geld maakt het tegoed (periodiek)over naar de werkgever omdat er nog loonbelasting over betaald moet worden. Daarna maakt de werkgever het resterende tegoed (periodiek) over aan de werknemer, die het bedrag kan gebruiken om een periode van onbetaald verlof financieel te overbruggen.

Maximale opname

Het opgenomen bedrag mag niet meer zijn dan het loon dat de werknemer direct voorafgaand aan de verlofperiode per maand ontving. Dus: een werknemer die in juli € 1000 verdiende, mag in augustus niet meer dan € 1000 aan spaartegoed opnemen voor de financiering van 1 maand onbetaald verlof. Er moet daarbij ook rekening worden gehouden met een eventuele loondoorbetaling door de werkgever. Krijgt deze werknemer tijdens het verlof al € 500 van zijn werkgever, dan mag hij nog maar € 500 uit zijn 'levensloopspaarpot' halen.

Overgangsregeling oudere werknemers

Voor oudere werknemers komt er een overgangsregeling. De overgangsregeling geldt alleen voor werknemers die vóór 1 januari 2005 tussen de 50 en 55 jaar oud waren. Voor hen vervalt de voorwaarde dat binnen de levensloopregeling in het kalenderjaar niet meer dan 12% van het loon van dat jaar mag worden gespaard. Door deze extra stortingsmogelijkheid kunnen deze werknemers het toegestane maximale bedrag in een kortere periode bij elkaar sparen.

In het Sociaal Akkoord 2004 hebben het kabinet en de sociale partners op 5 november 2004 afgesproken om dat maximale bedrag te verhogen tot 210% van het laatstverdiende loon. Dat bedrag komt overeen met een verlof van drie tot vier jaar tegen 70 procent van het laatstverdiende loon. Het verlof mag volledig worden gebruikt om eerder te stoppen met werken.

Let op

Ook bovenwettelijke vakantiedagen en overuren kunnen in de levensloopregeling worden gestort.

Levensloopregeling en spaarloonregeling

Werknemers moeten jaarlijks kiezen aan welke regeling ze willen deelnemen: spaarloon- of levensloopregeling. Ze kunnen niet gelijktijdig in beide regelingen geld inleggen. Er kan dus elk jaar slechts op grond van één van beide regelingen geld worden bijgestort. Wel is het mogelijk om in een kalenderjaar uit beide regelingen geld op te nemen.

Let op!
Alleen voor 2006 bestaat de mogelijkheid de keuze voor spaarloon ongedaan te maken. Voorwaarde is dat het spaarloon van 2006 voor 1 juli 2006 is terugbetaald aan de werknemer.

Belasting- en premieheffing

Werknemers mogen per jaar maximaal 12% van hun loon belastingvrij sparen. Over de opbouw in de levensloopregeling wordt geen loonbelasting geheven. Er hoeft pas loonbelasting te worden betaald als de gespaarde tegoeden worden opgenomen. Over de inleg op de levensloopregeling zijn wel werknemerspremies verschuldigd.